Het aanmaken van een account heeft vele voordelen:
Winkelwagen
Subtotaal winkelwagen
U heeft geen product(en) in uw winkelwagen.
Terugbetaalbaar
Als je recht hebt op een terugbetaling voor dit geneesmiddel, betaal je in de apotheek een verlaagde prijs en niet de prijs die op onze webshop vermeld staat.
Terugbetalingstarief
€ 7,46 (6% inclusief btw)
Verhoogde tegemoetkoming
€ 4,44 (6% inclusief btw)
Dit product moet worden goedgekeurd door de apotheker.
Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen in de apotheek.
Maximum toegelaten hoeveelheid in winkelwagen bereikt
4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik Alle waarschuwingen in verband met elke monocomponent, zoals hieronder opgesomd, zijn ook van toepassing op de vaste combinatie van Coveram. Met betrekking tot perindopril Bijzondere waarschuwingen Overgevoeligheid/Angio-oedeem: In zeldzame gevallen is angio-oedeem van het gezicht, de ledematen, lippen, slijmvliezen, tong, glottis en/of larynx beschreven bij patiënten die met ACE-remmers behandeld werden, inclusief perindopril (zie rubriek 4.8). Dit kan op elk moment tijdens de behandeling optreden. In die gevallen moet de behandeling met Coveram onmiddellijk worden stopgezet en moet er passende controle worden ingesteld en doorgevoerd tot alle symptomen zijn verdwenen. In die gevallen waarbij de zwelling tot het gezicht en de lippen beperkt bleef, ging de ziekte doorgaans zonder behandeling over, hoewel antihistamines bij het verzachten van de symptomen nuttig zijn gebleken. Angio-oedeem in combinatie met larynxoedeem kan dodelijk zijn. In de gevallen waarbij de tong, glottis of larynx betrokken zijn, en zij tot obstructie van de luchtwegen kunnen leiden, moet onmiddellijk een noodbehandeling worden gestart. Dit kan het toedienen van adrenaline omvatten en/of het onderhouden van een open luchtweg. De patiënt moet voortdurend medisch begeleid worden totdat de symptomen volledig en blijvend zijn verdwenen. Patiënten met een geschiedenis van angio-oedeem zonder eerdere behandeling met een ACE-remmer lopen meer risico op een angio-oedeem wanneer ze met een ACE-remmer worden behandeld (zie rubriek 4.3). Bij patiënten die behandeld werden met ACE-remmers werd zelden intestinaal angio-oedeem gemeld. Deze patiënten hadden pijn in de buik (met of zonder misselijkheid of braken); in bepaalde gevallen was er geen voorafgaand faciaal angio-oedeem en waren de C-1 esterase niveaus normaal. Het angio-oedeem werd gediagnosticeerd via procedures waaronder een abdominale CT-scan, of ultrasoon of bij een chirurgische ingreep en de symptomen verdwenen nadat de behandeling met ACE-remmer werd stopgezet. Intestinaal angio-oedeem moet worden overwogen bij de differentiële diagnose van patiënten die ACE-remmers nemen en buikpijn hebben (zie rubriek 4.8). De combinatie van perindopril met sacubitril/valsartan is gecontra-indiceerd wegens het verhoogde risico van angio-oedeem (zie rubriek 4.3). Behandeling met sacubitril/valsartan mag niet eerder dan 36 uur na het innemen van de laatste dosis perindopril worden ingesteld. Als de behandeling met sacubitril/valsartan wordt gestopt, mag er niet eerder dan 36 uur na de laatste dosis sacubitril/valsartan met de behandeling met perindopril worden gestart (zie rubrieken 4.3 en 4.5). Gelijktijdig gebruik van ACE-remmers met NEP-remmers (bijv. racecadotril), mTOR-remmers (bijv. sirolimus, everolimus, temsirolimus) en gliptinen (bijv. linagliptine, saxagliptine, sitagliptine, vildagliptine) kan leiden tot een verhoogd risico op angio-oedeem (bijv. zwelling van de luchtwegen of tong, met of zonder ademhalingsstoornis) (zie rubriek 4.5). Voorzorg is geboden bij het instellen van racecadotril, mTOR�remmers (bijv. sirolimus, everolimus, temsirolimus) en gliptinen (bijv. linagliptine, saxagliptine, sitagliptine, vildagliptine) bij een patiënt die al een ACE-remmer gebruikt. Anafylactoïde reacties tijdens LDL (lage-dichtheid-lipoproteïne)-aferese Bij patiënten die ACE-remmers toegediend kregen tijdens lage-dichtheid-lipoproteïne (LDL)-aferese met dextraansulfaat werden zelden levensbedreigende anafylactoïde reacties gemeld. Deze reacties werden vermeden door de behandeling met ACE-remmers vóór elke aferese tijdelijk te onderbreken. Anafylactoïde reacties tijdens desensitisatie Bij patiënten die ACE-remmers toegediend kregen tijdens een desensitisatiebehandeling (bijv. hymenoptera gif) werden anafylactoïde reacties gemeld. Bij diezelfde patiënten werden deze reacties vermeden wanneer de behandeling met ACE-remmers tijdelijk werd onderbroken, maar ze doken opnieuw op na willekeurige rechallenge. Neutropenie/Agranulocytose/Trombocytopenien/Anemie Neutropenie/agranulocytose, trombocytopenie en anemie zijn gemeld bij patiënten die met ACE-remmers behandeld werden. Bij patiënten met een normale nierfunctie en zonder andere complicerende factoren treedt neutropenie zelden op. Perindopril moet met grote voorzichtigheid gebruikt worden bij patiënten met collageen vaatlijden, bij een behandeling met immunosuppressiva, behandeling met allopurinol of procaïnamide, of een combinatie van deze complicerende factoren, vooral wanneer er een voorgeschiedenis van nierfalen is. Enkele van deze patiënten kregen ernstige infecties, die in bepaalde gevallen niet konden worden genezen met intensieve antibioticatherapie. Wanneer perindopril bij dergelijke patiënten wordt gebruikt, wordt aanbevolen om de witte bloedcellen regelmatig te tellen. De patiënten worden ook verzocht om elk teken van ontsteking te melden (bijv. keelpijn, koorts). Renovasculaire hypertensie Er is een verhoogd risico van hypotensie en renale insufficiëntie wanneer patiënten met bilaterale arteria renalis stenose of stenose van de arterie naar één enkele functionerende nier worden behandeld met ACE�remmers (zie rubriek 4.3). Behandeling met diuretica kan een bijdragende factor zijn. Er kan verlies van de nierfunctie optreden met slechts kleine veranderingen in het serumcreatinine, zelfs bij patiënten met unilaterale arteria renalis stenose. Dubbele blokkade van het renine-angiotensine-aldosteronsysteem (RAAS) Er is bewijs dat bij gelijktijdig gebruik van ACE-remmers, angiotensine-II-receptorantagonisten of aliskiren het risico op hypotensie, hyperkaliëmie en een verminderde nierfunctie (inclusief acuut nierfalen) toeneemt. Dubbele blokkade van RAAS door het gecombineerde gebruik van ACE- remmers, angiotensine II-receptorantagonisten of aliskiren wordt daarom niet aanbevolen (zie rubrieken 4.5 en 5.1). Als behandeling met dubbele blokkade absoluut noodzakelijk wordt geacht, mag dit alleen onder supervisie van een specialist plaatsvinden en moeten de nierfunctie, elektrolyten en bloeddruk regelmatig worden gecontroleerd. ACE-remmers en angiotensine-II-receptorantagonisten dienen niet gelijktijdig te worden ingenomen door patiënten met diabetische nefropathie. Primair aldosteronisme Patiënten met primair hyperaldosteronisme zullen in het algemeen niet reageren op antihypertensiva die werken door remming van het renine-angiotensinesysteem. Daarom wordt het gebruik van dit product niet aanbevolen. Zwangerschap Gedurende zwangerschap moet er niet begonnen worden met ACE-remmers. Tenzij continuering van ACE�remmer behandeling essentieel wordt bevonden moeten patiënten die een zwangerschap plannen overgaan op een andere anti-hypertensieve behandeling welke een vastgesteld veilig profiel heeft voor gebruik tijdens zwangerschap. Indien zwangerschap wordt gediagnosticeerd moet de behandeling met ACE-remmers onmiddellijk gestaakt worden en indien van toepassing, moet er gestart worden met een andere therapie (zie rubrieken 4.3 en 4.6). Voorzorgen bij gebruik Hypotensie ACE-remmers kunnen een bloeddrukval veroorzaken. Bij ongecompliceerde hypertensieve patiënten wordt zelden symptomatische hypotensie gemeld. Het komt meer voor bij patiënten met volumedepletie, bijv. bij behandeling met diuretica, dieetzoutbeperking, dialyse, diarree of braken, of die ernstige renine-afhankelijke hypertensie hebben (zie rubrieken 4.5 en 4.8). Bij patiënten met een hoog risico op symptomatische hypotensie moeten de bloeddruk, nierfunctie en de serumkaliumspiegel tijdens de behandeling met Coveram van nabij worden gevolgd. Dezelfde aandacht is gewenst bij patiënten met ischemisch of cardiovasculair hartlijden bij wie een buitensporige daling van de bloeddruk tot een myocardinfarct of een cerebrovasculair accident zou kunnen leiden. Indien hypotensie optreedt, moet de patiënt in supinatiepositie worden gebracht en indien nodig, een intraveneuze infusie van natriumchloride-oplossing 9 mg/ml (0,9 %) worden toegediend. Een tijdelijke hypotensieve respons is geen contra-indicatie voor verdere doses, die doorgaans zonder problemen kunnen worden toegediend wanneer de bloeddruk gestegen is na volume-expansie. Aorta- en mitraalklepstenose / hypertrofe cardiomyopathie Net zoals bij andere ACE-remmers moet perindopril bij patiënten met mitraalklepstenose en obstructie in de uitstroom van het linker ventrikel zoals aortastenose of hypertrofe cardiomyopathie op omzichtige wijze worden toegediend. Verminderde nierfunctie Bij verminderde nierfunctie (creatinineklaring < 60 ml/min) wordt een individuele dosistitratie met de monocomponenten aanbevolen (zie rubriek 4.2). Bij patiënten met verminderde nierfunctie vormen een regelmatige controle van kalium en creatinine onderdeel van de normale medische praktijk (zie rubriek 4.8). Bij sommige patiënten met bilaterale arteria renalis stenose of stenose van de arterie naar één enkele functionerende nier, die werden behandeld met ACE-remmers, werd verhoging van bloedureum en serumcreatinine, doorgaans omkeerbaar na het stopzetten van de behandeling, waargenomen. Dit is vooral waarschijnlijk bij patiënten met renale insufficiëntie. Indien ook renovasculaire hypertensie wordt vastgesteld, bestaat er een verhoogd risico op ernstige hypotensie en renale insufficiëntie. Sommige hypertensiepatiënten zonder klaarblijkelijke voorgeschiedenis van renovasculaire ziekte lieten verhoogde bloedureum- en serumcreatininewaarden optekenen, doorgaans licht en van tijdelijke aard, vooral wanneer perindopril samen met een diureticum werd toegediend. Dit is waarschijnlijker bij patiënten met een voorgeschiedenis van verminderde nierfunctie. Leverfalen In zeldzame gevallen zijn ACE-remmers in verband gebracht met een syndroom dat begint met cholestatische geelzucht en overgaat in fulminante hepatische necrose en (soms) overlijden. Het mechanisme van dit syndroom is onbekend. Patiënten die ACE-remmers gebruiken en geelzucht of een duidelijke verhoging van de leverenzymen ontwikkelen dienen te stoppen met de ACE-remmer en een aangepaste medische follow-up te krijgen (zie rubriek 4.8). Ras ACE-remmers veroorzaken een hogere mate van angio-oedeem bij patiënten van het negroïde type dan bij patiënten van het niet-negroïde type. Net zoals bij andere ACE-remmers zien we bij mensen van het negroïde type een geringere bloeddrukverlaging na behandeling met perindopril dan bij het niet-negroïde ras, mogelijk door een hogere prevalentie van lage renineconcentraties in de zwarte hypertensieve populatie. Hoest Bij gebruik van ACE-remmers is hoest beschreven. De hoest heeft als kenmerken dat hij niet-productief en hardnekkig is en ophoudt na het stopzetten van de behandeling. Door ACE-remmers veroorzaakte hoest moet beschouwd worden als onderdeel van de differentiële diagnose van hoest. Chirurgie/Anesthesie Bij patiënten die een grote operatie ondergaan of bij anesthesie met hypotensie veroorzakende middelen, kan Coveram angiotensine II-vorming, ondergeschikt aan compenserende renine-afgifte, remmen. De behandeling moet een dag voor de operatie worden stopgezet. Indien hypotensie optreedt en aangenomen wordt dat het ten gevolge van dit mechanisme is, kan het door volume-expansie worden gecorrigeerd. Hyperkaliëmie: Bij sommige patiënten die met ACE-remmers werden behandeld, inclusief perindopril, zijn verhogingen van de serumkaliumspiegel waargenomen. ACE-remmers kunnen hyperkaliëmie veroorzaken omdat ze de afgifte van aldosteron remmen. Het effect is doorgaans niet significant bij patiënten met een normale nierfunctie. Patiënten die risico lopen op het ontwikkelen van hyperkaliëmie zijn patiënten met nierinsufficiëntie, verslechtering van de nierfunctie, leeftijd (> 70 jaar), diabetes mellitus, bijkomende gebeurtenissen, in het bijzonder dehydratie, acute hartdecompensatie, metabolische acidose, of patiënten die tegelijkertijd kaliumsparende diuretica (bijv. spironolacton, eplerenon, triamtereen of amiloride), kaliumsupplementen of kaliumbevattende zoutvervangers gebruiken, of patiënten die andere geneesmiddelen gebruiken die gepaard gaan met verhogingen van de serumkaliumspiegel (bijv. heparine, cotrimoxazol, ook bekend als trimethoprim/sulfamethoxazol) en met name aldosteron-antagonisten of angiotensinereceptorblokkers. Het gebruik van kaliumsupplementen, kaliumsparende diuretica of kaliumhoudende zoutvervangers kunnen vooral bij patiënten met een verminderde nierfunctie leiden tot aanzienlijk verhoogde serumkaliumspiegels. Hyperkaliëmie kan ernstige, soms fatale aritmie veroorzaken. Kaliumsparende diuretica en angiotensinereceptorblokkers dienen voorzichtig gebruikt te worden bij patiënten die ACE-remmers gebruiken, en de serumkaliumspiegel en nierfunctie dienen gecontroleerd te worden. Als gelijktijdig gebruik van perindopril en elk van bovenvermelde middelen geïndiceerd is, dienen ze voorzichtig gebruikt te worden en moet de serumkaliumspiegel regelmatig gecontroleerd worden (zie rubriek 4.5). Diabetespatiënten Bij diabetici die behandeld werden met orale antidiabetica of insuline dient de glycemiecontrole nauwgezet te worden uitgevoerd tijdens de eerste maand van de behandeling met een ACE-remmer (zie rubriek 4.5). Met betrekking tot amlodipine Voorzorgen bij gebruik De veiligheid en werkzaamheid van amlodipine bij hypertensieve crisis is niet vastgesteld. Hartfalen Patiënten met hartfalen moeten behoedzaam worden behandeld. Tijdens een lange termijn placebogecontroleerd onderzoek bij patiënten met ernstig hartfalen (NYHA klasse III en IV) was de gerapporteerde incidentie van longoedeem hoger bij de met amlodipine behandelde groep dan bij de placebogroep (zie rubriek 5.1). Men dient voorzichtig te zijn met het gebruik van calciumkanaalblokkers, inclusief amlodipine, bij patiënten met congestief hartfalen, daar zij het risico van toekomstige cardiovasculaire incidenten en mortaliteit kunnen verhogen. Leverfalen De halfwaardetijd van amlodipine wordt verlengd en AUC-waarden zijn hoger bij patiënten met afgenomen leverfunctie; er zijn geen doseringsaanbevelingen vastgesteld. Amlodipine dient daarom aan de lage kant van het doseringsbereik te worden geïnitieerd en men dient voorzichtig te zijn, zowel bij de aanvangsbehandeling als bij het verhogen van de dosis. Bij patiënten met ernstige afgenomen leverfunctie kan trage dosistitratie en zorgvuldig monitoren nodig zijn. Ouderen Bij ouderen dient men voorzichtig te zijn met het verhogen van de dosering (zie rubriek 4.2 en 5.2). Nierfalen Amlodipine kan bij dergelijke patiënten in normale doses worden gebruikt. Veranderingen in amlodipineplasmaconcentraties hebben geen correlatie met de mate van verminderde nierfunctie. Amlodipine kan niet worden gedialyseerd. Met betrekking tot Coveram Alle waarschuwingen met betrekking tot elke monocomponent, zoals hierboven vermeld, dienen ook te gelden voor de vaste combinatie van Coveram. Voorzorgen bij gebruik Hulpstoffen Door de aanwezigheid van lactose mag dit geneesmiddel niet worden toegediend aan patiënten met de zeldzame erfelijke galactose-intolerantie, de totale lactasedeficiëntie of glucose-galactose malabsorptie. Interacties Gelijktijdig gebruik van Coveram met lithium, kaliumsparende geneesmiddelen of kaliumsupplementen, of dantroleen is niet aanbevolen (zie rubriek 4.5).
Substitutietherapie voor de behandeling van essentiële hypertensie en/of stabiele coronaire hartziekte, bij patiënten die reeds perindropil en amlodipine innemen, tegelijkertijd en met dezelfde dosis.
Welke stoffen zitten in dit medicijn?
De werkzame bestanddelen zijn perindopril arginine en amlodipine.
Coveram 5mg / 5mg: een tablet bevat 5 mg perindopril arginine en 5 mg amlodipine.
Coveram 10mg / 5mg: een tablet bevat 10 mg perindopril arginine en 5 mg amlodipine.
Coveram 5mg / 10mg: een tablet bevat 5 mg perindopril arginine en 10 mg amlodipine.
Coveram 10mg / 10mg: een tablet bevat 10 mg perindopril arginine en 10 mg amlodipine.
De andere bestanddelen zijn: lactosemonohydraat, magnesium stearaat (E470B), microkristallijne cellulose (E460), watervrij colloïdaal silicium (E551).
Vermijd Coveram met:
lithium (gebruikt om een manie of een depressie te behandelen),
estramustine (gebruikt bij kankerbehandeling),
kalium-sparende medicijnen (triamtereen, amiloride), kaliumsupplementen of kaliumbevattende zoutvervangers, andere medicijnen die het kaliumgehalte in uw lichaam kunnen verhogen (zoals heparine, een medicijn voor het verdunnen van het bloed om stolsels te voorkomen, trimethoprim en cotrimoxazol, ook bekend als trimethoprim/sulfamethoxazol, voor infecties veroorzaakt door bacteriën),
kaliumsparende medicijnen gebruikt voor de behandeling van hartfalen: eplerenon en spironolacton in een dosering van 12,5 tot 50 mg per dag.
De behandeling met Coveram kan door andere medicijnen beïnvloed worden. Uw arts kan uw dosis aanpassen en/of andere voorzorgsmaatregelen nemen. Laat het uw arts weten als u één van de volgende medicijnen gebruikt, aangezien extra voorzichtigheid geboden kan zijn:
andere medicijnen ter behandeling van hoge bloeddruk, inclusief angiotensine II-receptorantagonist (ARB), aliskiren (zie ook de informatie in de rubrieken "Wanneer mag u dit medicijn niet gebruiken?" en "Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit medicijn?" o f diuretica (medicijnen die een vermeerdering geven van de hoeveelheid urine die de nieren produceren),
medicijnen die vaak worden gebruikt voor de behandeling van diarree (racecadotril) of om afstoting van getransplanteerde organen te vermijden (sirolimus, everolimus, temsirolimus en andere medicijnen die behoren tot de klasse van de zogenoemde mTor-remmers). Zie rubriek "Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit medicijn?",
sacubitril/valsartan (voor de behandeling van langdurig hartfalen). Zie de rubrieken 'Wanneer mag u dit medicijn niet innemen?' en 'Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit medicijn?',
niet-steroïdale ontstekingsremmende medicijnen (ibuprofen) tegen pijn, of hoge dosis acetylsalicylzuur, een stof die aanwezig is in veel pijnstillers en koortsverlagende medicijnen evenals in medicijnen ter voorkoming van bloedstolsels,
medicijnen ter behandeling van suikerziekte (zoals insuline),
medicijnen ter behandeling van psychische aandoeningen zoals depressie, angst, schizofrenie enz. (b.v. tricyclische antidepressiva, antipsychotica, imipramine-achtige antidepressiva, neuroleptica),
4.8 Bijwerkingen a. Samenvatting van het veiligheidsprofiel De meest frequente bijwerkingen gerapporteerd bij afzonderlijk gebruik van perindopril en amlodipine zijn: oedeem, somnolentie, duizeligheid, hoofdpijn (met name in het begin van de behandeling), dysgeusie, paresthesie, gezichtsstoornissen (waaronder diplopie), tinnitus, vertigo, palpitaties, opvliegers, hypotensie (met daaraan gerelateerde effecten), dyspneu, hoesten, buikpijn, misselijkheid, braken, dyspepsie, verandering van stoelgang, diarree, constipatie, pruritus, rash, exantheem, zwelling van gewrichten (enkels), spierkrampen, vermoeidheid en asthenie. b. Getabelleerde lijst van bijwerkingen De volgende bijwerkingen werden tijdens klinische onderzoeken naar en/of bij post-marketinggebruik van afzonderlijk toegediende perindopril of amlodipine waargenomen, en ingedeeld volgens de MedDRA-indeling op orgaansysteem en aflopende frequentie: Zeer vaak ( 1/10); vaak ( 1/100 tot < 1/10); soms ( 1/1000 tot < 1/100); zelden ( 1/10000 tot < 1/1000); zeer zelden (< 1/10000); niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald). MedDRA Systeem Orgaan Klasse Bijwerkingen Frequentie Amlodipine Perindopril Infecties en paracitaire aandoeningen Rhinitis Soms Zeer zelden Bloed- en lymfestelsel�aandoeningen Eosinofilie - Soms* Leukopenie/neutropenie (zie rubriek 4.4) Zeer zelden Zeer zelden Agranulocytose of pancytopenie (zie rubriek 4.4) - Zeer zelden Trombocytopenie (zie rubriek 4.4) Zeer zelden Zeer zelden Enzymspecifieke hemolytische anemie bij patiënten met een congenitale deficiëntie van G-6PDH (zie rubriek 4.4) - Zeer zelden Immuunsysteem�aandoeningen Hypersensitiviteit Zeer zelden Soms
MedDRA Systeem Orgaan Klasse Bijwerkingen Frequentie Amlodipine Perindopril Endocriene aandoeningen Syndroom van inadequate secretie van antidiuretisch hormoon (SIADH) - Zelden Voedings- en stofwisselings�stoornissen Hypoglykemie (zie rubriek 4.4 en 4.5) - Soms* Hyperkaliëmie, reversibel na beëindiging van behandeling (zie rubriek 4.4) - Soms* Hyponatriëmie - Soms* Hyperglykemie Zeer zelden Psychische stoornissen Slapeloosheid Soms - Veranderde stemming (inclusief angst) Soms Soms Depressie Soms Soms* Slaapstoornissen - Soms Zenuwstelsel�aandoeningen Slaperigheid (met name aan het begin van de behandeling) Vaak Soms* Duizeligheid (met name aan het begin van de behandeling) Vaak Vaak Hoofdpijn (met name aan het begin van de behandeling) Vaak Vaak Dysgeusie Soms Vaak Tremor Soms - Hypesthesie Soms - Paresthesie Soms Vaak Syncope Soms Soms* Verwardheid Zelden Zeer zelden Hypertonie Zeer zelden - Perifere neuropathie Zeer zelden - Cerebrovasculair accident, mogelijk secundair aan excessieve hypotensie bij hoogrisicopatiënten (zie rubriek 4.4) - Zeer zelden Extrapiramidale stoornis (extrapiramidaal syndroom) Niet bekend - Oogaandoeningen Visuele stoornissen Vaak Vaak Diplopie Vaak - Evenwichts�orgaan- en ooraandoeningen Tinnitus Soms Vaak Vertigo - Vaak Hartaandoeningen Palpitaties Vaak Soms* Tachykardie - Soms* Angina pectoris (zie rubriek 4.4) - Zeer zelden
MedDRA Systeem Orgaan Klasse Bijwerkingen Frequentie Amlodipine Perindopril Myocardinfarct, mogelijk secundair aan excessieve hypotensie bij patiënten met een verhoogd risico (zie rubriek 4.4) Zeer zelden Zeer zelden Aritmie (inclusief bradycardie, ventrikeltachycardie en atriumfibrillatie) Soms Zeer zelden Bloedvat�aandoeningen Opvliegers Vaak Zelden* Hypotensie (en effecten verband houdend met hypotensie) Soms Vaak Vasculitis Zeer zelden Soms* Raynaud-fenomeen - Niet bekend Ademhalings�stelsel-, borstkas�en mediastinum�aandoeningen Dyspneu Vaak Vaak Hoest Soms Vaak Bronchospasmen - Soms Eosinofiele pneumonie - Zeer zelden Maagdarmstelsel�aandoeningen Gingivale hyperplasie Zeer zelden - Buikpijn Vaak Vaak Misselijkheid Vaak Vaak Braken Soms Vaak Dyspepsie Vaak Vaak Verandering van stoelgang Vaak - Droge mond Soms Soms Diarree Vaak Vaak Constipatie Vaak Vaak Pancreatitis Zeer zelden Zeer zelden Gastritis Zeer zelden - Lever- en galaandoeningen Hepatitis, geelzucht Zeer zelden - Hepatitis, ofwel cytolitisch ofwel cholestatisch (zie rubriek 4.4) - Zeer zelden Leverenzymen verhoogd (meestal passend bij cholestase) Zeer zelden - Huid- en onderhuid�aandoeningen Quincke-oedeem Zeer zelden - Angio-oedeem van het gezicht, de ledematen, lippen, slijmvliezen, tong, glottis en/of larynx (zie rubriek 4.4) Zeer zelden Soms Erythema multiforme Zeer zelden Zeer zelden Alopecie Soms - Purpura Soms - Huidverkleuring Soms - Hyperhidrose Soms Soms Pruritis Soms Vaak
MedDRA Systeem Orgaan Klasse Bijwerkingen Frequentie Amlodipine Perindopril Huiduitslag, exantheem Soms Vaak Urticaria (zie rubriek 4.4) Soms Soms Fotosensitiviteitsreacties Zeer zelden Soms* Pemfigoïd - Soms* Verergering van psoriasis - Zelden Syndroom van Stevens-Johnson Zeer zelden - Exfoliatieve dermatitis Zeer zelden - Toxische epidermale necrolyse Niet bekend - Skeletspierstelsel�en bindweefsel�aandoeningen Zwelling van gewrichten (enkels) Vaak - Artralgie Soms Soms* Myalgie Soms Soms* Spierspasmen Vaak Vaak Rugpijn Soms - Nier- en urineweg�aandoeningen Mictiestoornis, nocturie, pollakisurie Soms - Nierfalen - Soms Acuut nierfalen - Zelden Anurie/oligurie Zelden* Voortplantings�stelsel- en borstaandoeningen Erectiestoornis Soms Soms Gynaecomastie Soms - Algemene aandoeningen en toedieningsplaats�stoornissen Oedeem Zeer vaak - Perifeer oedeem - Soms* Vermoeidheid Vaak - Pijn in de borst Soms Soms* Asthenie Vaak Vaak Pijn Soms - Malaise Soms Soms* Pyrexie Soms* Onderzoeken Toegenomen gewicht, afgenomen gewicht Soms - Verhoogd bloedureum - Soms* Verhoogd bloedcreatinine - Soms* Verhoogd bloedbilirubine - Zelden Verhoogd leverenzym - Zelden Verminderd hemoglobine en hematocriet - Zeer zelden
Letsels, intoxicaties en verrichtingscomplicaties Vallen - Soms*
Met betrekking tot perindopril:
- Overgevoeligheid voor perindopril of voor andere ACE-remmers,
- Een voorgeschiedenis van angio-oedeem na eerdere behandeling met een ACE-remmer,
- Erfelijk of idiopathisch angio-oedeem,
- Tweede en derde trimester van de zwangerschap ,
- Het gelijktijdig gebruik van Coveram met aliskiren-bevattende geneesmiddelen bij patiënten met diabetes mellitus of nierinsufficiëntie (GFR < 60 ml/min/1,73 m2) .
Met betrekking tot amlodipine:
- Ernstige hypotensie,
- Overgevoeligheid voor amlodipine of dihydropyridine-derivaten,
- Shock, inclusief cardiogene shock,
- Obstructie van het uitstroomkanaal van het linker ventrikel (bijv. ernstige aortastenose),
- Hemodynamisch instabiel hartfalen na een acuut myocardinfarct.
Met betrekking tot Coveram :
Alle contra-indicaties in verband met elke monocomponent, zoals hierboven opgesomd, zijn ook van toepassing op de vaste combinatie van Coveram.
- Overgevoeligheid voor één van de hulpstoffen.
Gezien de effecten van de afzonderlijke componenten van dit combinatieproduct op zwangerschap en borstvoeding: Coveram wordt niet aanbevolen tijdens het eerste trimester van de zwangerschap. Coveram is gecontra-indiceerd tijdens het tweede en derde trimester van de zwangerschap. Coveram wordt niet aanbevolen tijdens borstvoeding. Men dient daarom te beslissen of men stopt met borstvoeding of dat het gebruik van Coveram wordt gestopt, waarbij men rekening dient te houden met het belang van deze therapie voor de moeder. Zwangerschap Met betrekking tot perindopril Het gebruik van ACE-remmers tijdens het eerste trimester van de zwangerschap wordt niet aangeraden (zie rubriek 4.4). Het gebruik van ACE-remmers is gecontraïndiceerd tijdens het tweede en derde trimester van de zwangerschap (zie rubrieken 4.3 en 4.4). Epidemiologisch bewijs in verband met het risico op teratogeniciteit na blootstelling aan ACE-remmers tijdens het eerste trimester van de zwangerschap is niet conclusief; een lichte risicotoename kan echter niet worden uitgesloten. Tenzij het essentieel wordt geacht om de behandeling met ACE-remmers voort te zetten moeten patiënten die een zwangerschap plannen overschakelen op alternatieve antihypertensieve behandelingen die een bewezen veiligheidsprofiel voor gebruik tijdens de zwangerschap hebben. Wanneer een zwangerschap wordt vastgesteld, moet de behandeling met ACE-remmers onmiddellijk worden stopgezet en, indien raadzaam, moet een alternatieve behandeling worden gestart. Blootstelling aan ACE-remmers tijdens het tweede en derde trimester blijkt foetotoxiciteit bij de mens te veroorzaken (verminderde nierfunctie, oligohydramnion, vertraging van de verbening van de schedel) en neonatale toxiciteit (nierfalen, hypotensie, hyperkaliëmie) (zie rubriek 5.3). Indien de moeder vanaf het tweede trimester van de zwangerschap is blootgesteld aan ACE-remmers, wordt aanbevolen de nierfunctie en de schedel met ultrageluid te controleren. Baby's wiens moeders ACE-remmers hebben genomen moeten nauwlettend op hypotensie worden gecontroleerd (zie rubrieken 4.3 en 4.4). Met betrekking tot amlodipine De veiligheid van amlodipine bij zwangere vrouwen is niet vastgesteld. Uit dieronderzoek is reproductietoxiciteit gebleken bij hoge doses (zie rubriek 5.3). Gebruik bij zwangerschap wordt alleen aanbevolen wanneer er geen veiliger alternatief is en wanneer de ziekte zelf een groter risico inhoudt voor de moeder en de foetus. Borstvoeding Met betrekking tot perindopril Omdat er geen informatie beschikbaar is over het gebruik van perindopril tijdens het geven van borstvoeding, wordt perindopril niet aanbevolen en verdienen alternatieve behandelingen met een bekend veiligheidsprofiel voor gebruik tijdens borstvoeding de voorkeur, met namen wanner het gaat om het voeden van pasgeborenen of vroeg geborenen. Met betrekking tot amlodipine Amlodipine wordt uitgescheiden in moedermelk. Het deel van de aan de moeder toegediende dosis dat de zuigeling binnenkrijgt wordt geschat met een interkwartiel bereik van 3-7%, met een maximum van 15%. Het effect van amlodipine op zuigelingen is niet bekend. Een beslissing over het al dan niet doorgaan met het geven van borstvoeding of het al dan niet doorgaan met de behandeling met amlodipine dient te worden genomen, waarbij rekening dient te worden gehouden met het voordeel van borstvoeding voor het kind en het voordeel van de behandeling met amlodipine voor de moeder. Vruchtbaarheid Met betrekking tot perindopril Er was geen effect op de reproductieve prestatie of vruchtbaarheid. Met betrekking tot amlodipine Er zijn meldingen van reversibele biochemische veranderingen in de kop van spermatozoa bij sommige patiënten die behandeld worden met calciumkanaalblokkers. Klinische gegevens met betrekking tot het mogelijke effect van amlodipine op de vruchtbaarheid zijn onvoldoende. In één onderzoek met ratten werden nadelige effecten op de mannelijke vruchtbaarheid gevonden (zie rubriek 5.3).
Volwassenen
Toedieningswijze
| CNK | 2574911 |
|---|---|
| Organisaties | Servier Benelux |
| Merken | Servier Benelux |
| Breedte | 68 mm |
| Lengte | 103 mm |
| Diepte | 40 mm |
| Hoeveelheid verpakking | 90 |
| Actieve ingrediënten | amlodipine besilaat, perindopril arginine |
| Behoud | Kamertemperatuur (15°C - 25°C) |